|
Om de mate van inbraakbeveiliging te bepalen, werden er weerstandsklassen (volgens de Europese norm ENV 1627-1630) bepaald. Deze indeling gebeurt op basis van het dadertype, dadergedrag, toepassingsgebied, risico en de toepassingsaanbeveling. Zo zijn er 6 weerstandsklassen.
- Bij WK 1 bieden de bouwonderdelen een basisbescherming tegen inbraakpogingen met lichamelijk geweld (schoppen, springen, duwen, omhoogschuiven, losrukken, …). Deze bouwonderelen bieden niet veel bescherming tegen het gebruik van hefboomwerktuigen.
- Bij WK 2 probeert de gelegenheidsinbreker het gesloten en vergrendelde bouwonderdeel met eenvoudige werktuigen (schroevendraaiers en tang) open te breken.
- Bij WK 3 probeert de dader het gesloten en vergrendelde bouwonderdeel met een tweede werktuig (koevoet of handboormachine) open te breken.
- Bij WK 4 spreken we van een professionele inbreker die bijkomende zaag- en slagwerktuigen (slagbijl, steekbeitel, hamer, …) hanteert om het bouwonderdeel binnen te geraken.
- Bij WK 5 en 6 gebruikt de inbreker nog meer gereedschap zoals een slijpschijf, een elektrische boormachine en voorhamer.
Alle Reynaers-systemen voldoen minstens aan de wettelijk vereiste weerstandsklasse 2.
|